Afsluitend
* Deel 1: 2015: vervolg introductie
* Deel 2: 2016 - 2020: ouderschapsplan onder druk
* Deel 3: 2021: vadervervreemding in gang gezet
* Deel 4: 2022: (richting) einduitspraak rechtbank
* Deel 5: 2023-2025: zinloze klachtenprocedures
2016-2018
Medio 2017
mijn huisarts
geweest met mijn ex-partner en een Praktijk Ondersteuner Huisarts
(POH). De POH was in dienst van de huisarts maar beschikbaar gesteld door het Centrum voor Jeugd en en Gezin Westerkwartier
(CJG). Zelf werd ik pas in het najaar van 2017 in de gelegenheid gesteld met de POH in gesprek te gaan. Op het moment van het eerste gesprek bleek dat er al met ex-partner een verwijzing voor mijn zoon had plaatsgevonden. Maar niet naar een medisch specialist. Het werd een aanmelding voor een traject scheidingsproblematiek ("ONS") bij instelling Elker in Groningen. De behandeling voor mijn zoon, opgezet door de POH in de vorm van oefeningen, was stopgezet. Verder behandelen zou hem alleen maar verder beschadigen volgens de POH en mijn ex-partner. Ik moest aan het traject bij Elker toestemming verlenen, anders zou er geen doorverwijzing voor mijn zoon komen. Om die reden ging ik akkoord. Toch bleef een doorverwijzing uit en zouden mijn kinderen beide kinderen, zonder ouders, worden gehoord door een medewerker van Elker. Een doorverwijzing kwam niet aan de orde. Ik wist niet wat me overkwam dat de kinderen zonder ouders door Elker gehoord zouden worden! Dat ging ook mijn ex-partner te ver en het traject bij Elker is daarom vrijwel direct na aanvang afgebroken. Vanwege regelgeving moest ik via Elker een verwijzing naar een reguliere GGZ instantie of andere reguliere specialist rond zien te krijgen. Wel kon ik een zelfstandig gevestigde specialist benaderen, maar deze moest ik dan zelf betalen. Er is dus lange tijd geen aandacht geweest over hoe ik als ouder met ziekte van mijn kind moest omgaan.
Uiteindelijk is het via mijn huisarts gelukt door te dringen bij een medewerker van instelling Accare die bevoegd was door te verwijzen en bereid was mijn verhaal aan te horen. Dit heeft geleid tot een intake bij een GGZ instelling in februari 2018. Na diagnostiek bleek dat er, met het duidelijke ziektebeeld dat er was, medio 2017 direct had moeten worden doorverwezen. Verdere analyse en documenten over de gebeurtenissen in 2017:
Door het stoppen van behandelen en het uitblijven van een doorverwijzing had ik het gevoel gekregen dat ik werd tegengewerkt. In december 2017 heb ik daarom een kopie opgevraagd van de aanmelding bij Elker door de POH.
Het was een enorme schok wat daarin te lezen was
. Mijn eerste indruk was dat het ging om kopie van een aanmelding van een ander gezin, en dat daarvan nog fragmenten in de aanmelding waren blijven staan. Ik nam telefonisch contact op met mijn ex-partner om hier werk van te maken en ik stelde voor de betrokken hulpverleners te informeren. Het bleef eerst stil aan de andere kant van de lijn, maar toen zei ze dat zij er verder niets mee te maken wilde hebben of iets aan wilde doen. Dit was het moment dat het kwartje voor mij viel over wat er gaande was en waar het naartoe ging.Aan voorafgaande wil toevoegen dat ik elke kopie van een dossierstuk over de kinderen dat ik heb opgevraagd ook heb verstrekt aan mijn ex-partner. Omgekeerd gebeurde dit helaas niet. De
aanmelding bij Elker
ging dus wel specifiek over mijn gezin. Het stond bol van negatieve beeldvorming over mij, en ik zou zelfs de oorzaak zijn van de ziekte van mijn zoon.Na het uitblijven van juiste zorg voor beide kinderen, de negatieve beeldvorming over mij en het niet respecteren van mijn ouderlijk gezag heb ik in 2017 heb ik, zonder dat mijn gezin, familie en kennissen daar kennis van hadden en om de kinderen niet te belasten, stappen ondernomen om te voorkomen dat gebeurtenissen uit 2017 en 1018 zich zouden herhalen. Helaas was dit niet zo. Medisch Tuchtcolleges geraadpleegd:
Om die reden heb ik een weg bewandeld langs twee Medisch Tuchtcolleges waarbij klachten tegen de POH van het Centrum voor Jeugd en Gezin Westerkwartier (CJG) gegrond zijn verklaard. En als Medisch Tuchtcolleges dit doen, dan is er wel wat aan de hand. In 2019 kwam tijdens deze procedures uiteindelijk de aap de mouw dat in het huisartsendossier van mijn huisarts (mijn ex-partner zat bij een andere huisarts) was opgenomen dat ik, vader, ook een vechtscheiding had veroorzaakt. Onomkeerbare beeldvorming:
Ter illustratie hoe beeldvorming onstaat en hoe deze mij tot op de dag van vandaag parten speelt, heb ik een aantal
dossierstukken op een rijtje
gezet, voorzien van een toelichting. Lees en huiver!Naar MENU ^
2019
aannames
wordt gewerkt. Dit betreft letterlijk “verhalen van horen en zeggen” zonder deze te verifiëren en geen hoor en wederhoor toe te passen.
Voor regels en beleid bij organisaties als de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), zie in deze popup over het eigen beleid en regels bij de RvdK over feitenonderzoek
. In de praktijk wordt in de Jeugdzorgketen nauwelijks feitenonderzoek gedaan. Er wordt in cruciale onderdelen van de Jeugdzorgketen voornamelijk met aannames
gewerkt door niet-BIG geregistreerd personeel die niet bevoegd zijn belangrijke dossiers bij hun oordeel te betrekken. Het klinkt allemaal goed wat de RvdK zichzelf voorschrijft, maar in de praktijk op de werkvloer gaat dit zeer vaak fout. En vaak in het nadeel van vaders.Naar MENU ^
2020
Voor ik de trieste chaos van 2020 ga beschrijven, wil ik graag twee fragmenten uit het Samenwerkingsprotocol Groninger gemeenten & de RvdK van 2020 laten lezen:

IRVK = "Verdrag inzake de rechten van het kind"
De volledige uitgave van: "Samenwerkingsprotocol Groninger gemeenten & de Raad voor de Kinderbescherming 2017 – 2020". En voor u verder leest, bekijk nog eens wat de Raad voor de Kinderbescherming zelf schrijft over
feitenonderzoek
.
januari - mei 2020
afgesproken
dat ik zelf het belangrijkste feitenmateriaal aan Elker zou overhandigen en dit bespreken. Maar de jeugdcoach had geen belangstelling voor het feitenmateriaal. Men had kennelijk al een bepaald beeld (vanuit aannames) of men wilde het nieuwe onderdeel AJH verder vermarkten.In ieder geval werd één ding duidelijk: wat ik als vader van de situatie vond, deed er niet toe. De jeugdcoach hield het kennismakingsgesprek kort.
Een leidinggevende van Elker gaf enige tijd later ook aan dat men niet bevoegd zou zijn te zijn feitenmateriaal te lezen. De doorverwijzende GGD arts gaf aan dat Elker hiervoor juist wel bevoegd was en was verbaasd over het gedeeltelijk uitvoeren van de opdracht.
De jeugdcoach zou uitgebreid de tijd nemen om toenadering te zoeken, iets wat mijn zoon zelf niet wilde. Er gebeurde daarom lange tijd niets. Weer gerommeld met een doorverwijzing zoals in 2017?
In juli 2020 werden werkzaamheden van de doorverwijzende GGD arts overgenomen door een collega en daarmee verzandde het contact over het traject bij Elker. De inzet van Elker verliep ook anders dan was verwacht. Helaas weer, in mei 2021 werd duidelijk waarom. En ook nu weer, net als in 2017, werd ik niet op de hoogte gebracht.
Naar MENU ^
juni - september 2020
“Een uitspraak van het tuchtcollege zorgt er niet voor dat het dossier opnieuw vorm wordt
gegeven. Mocht blijken dat we verkeerd gehandeld hebben, dan passen we ons handelen er op
aan. We richten ons er dan op –middels het verbeteren van de werkprocessen- om het in de
toekomst beter te doen.”
helaas ging het in de toekomst dus niet beter, maar herhaalde de problemen zich.
De leidinggevende Mariëlle M. en jeugdconsulenten gingen verder aan de slag met de eigen regels. De gewenste diagnostiek van doorverwijzende GGD arts werd gepasseerd en zij stelde dat Consulenten Jeugd van het CJG prima kunnen oordelen of diagnostiek nodig is. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze consulenten niet beschikten over medische dossiers van de voorgaande jaren, omdat zij daartoe niet bevoegd zijn. Wel heb ik vernomen dat een Consulenten Jeugd met mijn ex-partner dossierstukken van GGZ instelling CAGGB heeft doorgenomen om bepaalde diagnostiek, aanbevolen door de doorverwijzende GGD arts, te kunnen uitsluiten.
Op vragen die ik over voorgaande alinea in december 2020 stelde, reageerde de leidinggevende Mariëlle M. van het CJG Westerkwartier:
“Een consulent jeugd heeft een gedegen HBO opleiding en de nodige ervaring om een goede
analyse van een systeem/gezinssituatie te kunnen maken. Hoewel een consulent jeugd geen
uitspraken mag doen over medische problematiek, deze niet mag vaststellen, kan deze wel een
inschatting maken over mogelijk aanwezige problematiek.
De consulent jeugd kan zo nodig voor het vaststellen hiervan een verwijzing doen naar een arts, psycholoog of kinderpsychiater.
Een consulent jeugd heeft kennis van de normale ontwikkeling van jeugdigen, als ook van (ontwikkelings-)psychopathologie bij jeugdigen en volwassenen. Hierdoor weten zij in de basis wat bepaalde problematiek inhoudt, welke hulp hierbij passend kan zijn.
Zij zijn goed in staat om een plan van aanpak te maken, waarin rekening wordt gehouden met relevante aanwezige (medische) problematiek en om hierop regie te voeren”
Door de GGD arts te passeren (men schakelde geen deskundige met een medische achtergrond in terwijl dit wel de bedoeling was) en het CJG geen relevant medisch feitenmateriaal wilde betrekken bij een plan (terwijl men wist dat het feitenmateriaal bestond) ging het CJG Westerkwartier voor de tweede keer in een paar jaar tijd enorm in de fout.De consulent jeugd kan zo nodig voor het vaststellen hiervan een verwijzing doen naar een arts, psycholoog of kinderpsychiater.
Een consulent jeugd heeft kennis van de normale ontwikkeling van jeugdigen, als ook van (ontwikkelings-)psychopathologie bij jeugdigen en volwassenen. Hierdoor weten zij in de basis wat bepaalde problematiek inhoudt, welke hulp hierbij passend kan zijn.
Zij zijn goed in staat om een plan van aanpak te maken, waarin rekening wordt gehouden met relevante aanwezige (medische) problematiek en om hierop regie te voeren”
Naar MENU ^
oktober 2020
Aannames
. (wat niet wil zeggen dat bij de RvdK vrijuit gaat zoals in deel 3 en 4 zal blijken). De betreffende consulente jeugd van het CJG had niet de bevoegdheid
om gedegen feitenonderzoek
te kunnen doen. Zij had wel iemand met bevoegdheid kunnen inschakelen, maar dat vond haar leidinggevende niet nodig.Maar wat was dan volgens de RvdK de reden voor de afwijzing:
"De raad legt de verantwoording terug bij de ouders en is van mening dat de ouder met elkaar in gesprek moeten kunnen gaan over wat de ouders goed en nodig vinden voor de kinderen. Op het moment dat dit onderling vanuit het vrijwillige kader niet van de grond komt kan een ouder juridische stappen ondernemen"
Dat is merkwaardig, want een gezamenlijk initiatief was net om zeep geholpen. Zelf heb ik dus geconcludeerd dat de afwijzing ontstond vanwege het zelfgekozen negeren van dossierkennis/feitenkennis bij het CJG, wat dus ook niet kon worden doorgegeven aan de RvdK.
december 2020
behandelplan
. Ik zou dit plan kennen en hiermee akkoord zijn gegaan. Maar de GGD arts en ik hebben dit plan nooit gezien of ontvangen, zie deze correspondentie
.
Eind 2020 en tot 2021 waren er 7 hulpverleners/begeleiders van even zoveel instellingen betrokken bij ons gezin. Dit was een overkill, en niet gewenst door oudste zoon en vader. De betrokken instellingen vinden deze chaos ook niet gewenst volgens beleidsregels en een protocol zoals hierboven beschreven. Maar in de praktijk gaat het helaas dus anders.
Naast het traject van Elker eindigde, zoals te verwachten, ook het deel van het CJG zonder enig resultaat en faalde het plan van aanpak van het CJG. De doelen in de doorverwijzing van de GGD arts waren uiteindelijk teruggebracht tot twee doelen zonder veel inhoud. Het beoogde traject van de GGD arts was daarmee eind 2020 volledig mislukt.
Naar deel 3: 2021: Naar MENU ^


