X
| Sluiten |


Afsluitend

* Deel 1: 2015: vervolg introductie
* Deel 2: 2016 - 2020: ouderschapsplan onder druk
* Deel 3: 2021: vadervervreemding in gang gezet
* Deel 4: 2022: (richting) einduitspraak rechtbank
* Deel 5: 2023-2025: zinloze klachtenprocedures
Deel 5: 2023 - 2024 | Zinloze klachtenprocedures
Over klachtenprocedures in de jeugdzorgketen
Vanaf 2023 zouden ik nog twee (verplichte) klachtenprocedures doorlopen totdat duidelijk werd dat deze procedures zinloos of onmogelijk zijn. Vaak moet een klachtenprocedure binnen een jaar na een incident/gebeurtenis in gang worden gezet. Als verplichte procedures elkaar overlappen kan een klachtenprocedure onmogelijk zijn om in gang te zetten. Ook is in de jeugdzorgketen "een jaar" een veel te korte termijn. Vooral de RvdK weet hiermee veel klachten af te ketsen.
De rol van "onafhankelijke" commissieleden en uitspraken die meestal van tevoren al vaststaan:
In de jeugdzorgketen bestaat bij een klachtenprocedure altijd een commissie met onafhankelijke leden. Bij een zitting stellen deze mensen wat vragen, maar gaat men voornamelijk na of procedures juist zijn doorlopen en wordt daarover een advies opgesteld. Opvallend is dat er dan bij elk klachtenpunt wel een geitenpaadje in het nadeel van de klager wordt gevonden. De organisatie staat voorop en de menselijke maat komt meestal als laatste aan bod. Het advies is vanuit het perspectief van de Organisatie (RvdK, Centrum voor Jeugd en Gezin) geschreven en heeft nog weinig met de lading van de klachtpunten of verloop van de zitting te maken. Bij de RvdK wordt zo'n advies uiteindelijk door de directeur van de RvdK overgenomen en deze is daardoor afgeschermd van alle menselijke aspecten vanuit het perspectief van de klager. Bij de procedure bij de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen (NVO) was er een hoge bestuurder die een uitspraak opstelde.
Door de bank genomen staan uitspraken van deze klachtenprocedures voor het overgrote deel van tevoren al vast (alle klachtpunten ongegrond), tenzij er hard aantoonbare kwesties spelen zoals een moord van een therapeut op een patient (dit is niet grappig bedoeld. In dat kader wil ik graag nog eens aangeven dat ik m.b.t. jongste zoon niet weet hoe hij er nu uit zit, wat hij doet, waar hij woont, etc. Na 14 jaar was hij van de ene op de andere dag uit mijn leven verdwenen, en dat is een groot verlies).
De manier waarop de uitspraken uiteindelijk worden gebracht is men kort en met de nodige verwijzingen (zie bij de beschrijving van de klachtenprocedure hieronder). Bij het lezen ontstaat een gevoel dat bijzonder wordt neergekeken op een klager, op het arrogante af wordt gezegd: dit was het. De klachtenprocedures die ik heb doorlopen heb ik zonder uitzondering ervaren als een vernedering en veroordeling. Ik heb geen enkele keer het gevoel gekregen dat een organisatie er in zo'n procedure iets van wilde opsteken of zich wilde verbeteren. Men gaat eerder richting in een tegenaanval. Overweeg je zelf een klachtenprocedure tegen een jeugdzorg organisatie: begin er niet aan, het is verspilde energie. Klachtenprocedures zijn er voor de jeugdzorgketen, niet voor mensen die door de jeugdzorgketen in de problemen zijn geraakt. Lees vooral ook dit artikel in het
Dagblad van het Noorden
van 18 december 2025 over het Onderzoek klachtbehandeling bij organisaties in het jeugdzorgdomein van november 2025, in opdracht van de Overheid.
januari 2023 - november 2024
Klachtenprocedure tegen een CS-Teamlid Mirjam W. van Inter-Psy,
De basis van mijn klaagschrift was gericht op de volgende uitspraak in het eindrapport van het CS-Team van Inter-Psy:
"Vader kon het niet verkroppen dat wij niet alles opnieuw gingen onderzoeken en verifiëren. Dit leidde tot dusdanig veel onvrede, dat er voor contactherstel geen ruimte was"
Deze uitspraak was voor mij de basis die alle overige negativiteit over mij naar voren deed brengen. Ik was hier woest over.
Ten eerste is er door geen enkele organisatie in de jeugdzorgketen feitenmateriaal betrokken bij oordelen en besluiten.
Ten tweede wordt mij in de schoenen geschoven dat het niet tot contactherstel met mijn jongste zoon gekomen is.
Er werd nauwelijks inhoudelijk ingegaan op mijn klachtpunten. In het kort werd mijn klacht door NVO bestuurder mr. T.J. Dorhout afgedaan met:
"Naar het oordeel van het College handelde verweerster voldoende bekwaam toen zij in haar conclusie schreef dat klager het niet kon verkroppen dat zij niet opnieuw ging onderzoeken en verifiëren wat zich had afgespeeld in het gezin vóór aanvang van het traject CS ..... Ten overvloede merkt het College op dat verweerster op basis van goede argumenten heeft besloten om het verleden van dit gezin te laten rusten ondanks klagers aandringen om wel aandacht aan de gebeurtenissen in het verleden te besteden"
Volgens de "eigen regels" van het CS-Team bepalen de ouders wat er aan de orde komt binnen een CS-Traject. Of Mirjam W. goede argumenten had, deed er dus niet toe. Bestuurder mr. T.J. Dorhout wijzigde de regels van het spel tijdens het bepalen van de uitspraak. Nogmaals wat in de behandelovereenkomst met het CS-Team stond:
" (…) Ouders bepalen zelf de doelen voor zichzelf en hun kinderen in het traject en de wijze waarop zij deze doelen wensen te realiseren. Deze doelen en de acties om deze te realiseren worden gezamenlijk, met hulp van de behandelaar opgesteld. (…) Indien er sprake is van een verwijzing door de rechter in het kader van een lopende of aangehouden procedure zal gerapporteerd worden aan de rechter. Onderdeel daarvan kan rapportage aan de Raad voor de Kinderbescherming zijn. Deze rapportage wordt vooraf met de ouders besproken en zij kunnen ook hun eigen aanvullingen bijvoegen."
Er kan dus simpelweg gesteld worden dat belangrijk objectief feitenmateriaal door het CS-Team buiten het CS-Traject is gehouden. Daardoor was de rapportage aan RvdK en rechtbank onvolledig. Als de regels waren nageleefd, was dit niet gebeurd. Maar de NVO, en in het bijzonder bestuurder mr. T.J. Dorhout zette een streep door een deel van die regels.
En wie het vorige hoofdstuk heeft gelezen zal al geconcludeerd hebben dat "hun eigen aanvullingen bijvoegen" wel mogelijk was, maar dat de RvdK en rechtbank daar niets mee deden. En op deze wijze komt cruciale informatie niet op de plek terecht waar het terecht had moeten komen, en heeft deze incomplete informatie geleid tot vadervervreemding.
Wat verder opvallend was dat men in het verslag van de zitting gebeurtenissen en eigenschappen van mijn kinderen hadden verwisseld, exact dezelfde verwisseling als in de journaals (ruwe verslagen van de gesprekken) van het CS-Team. In het verslag van de zitting werd dus achteraf onjuiste ruwe informatie uit de journaals van het het CS-Team opgenomen. Zo'n verslag is van groot belang bij de uitspraak, dus is amateurisme als dit bij een organisatie als de NVO onaanvaardbaar.
Er volgde nog een tergend lang durende beroepsprocedure die in een soortgelijk dooddoendend besluit eindigde. Ik laat deze procedure verder voor wat het is en ik raad nogmaals elke ouder af een dergelijke klachtenprocedure te beginnen.
november 2024 - maart 2025
Klachtenprocedure tegen Raadsmedewerker Elisa S.,
Deze klachtenprocedure betreft de gehele periode dat raadsmedewerker Elisa S. betrokken was of niet betrokken wilde zijn bij de ontwikkelingen in mijn gezin. In mei 2021 tijdens de zitting over de verzoeken van mijn ex-partner komt Elisa S. voor het eerst in beeld. Als zij haar huiswerk had gedaan had zij kunnen weten dat er al eerder door het Centrum voor Jeugd en Gezin Westerkwartier hulp was gezocht bij de Rvdk en beide ouders dat ook graag wilde. Echter had Elisa S. voor de zitting geen dossier bestudeerd, net zoals zij later ook geen enkel dossier over mijn gezin zou raadplegen. Elisa S. is een raadsmedewerker met eigen inzichten en een eigen werkwijze. Een werkwijze die (zoals eerder al bleek) afwijkt van de regels van haar eigen organisatie.
Wie de voorgaande hoofdstukken heeft gelezen hoef ik niet uit te leggen wat mijn klachtpunten waren. Samengevat ging zij in haar adviezen uit van eigen aannames, maar ook gebruikte zij een verslag van bureau Kuipers & Houtman wat zonder toestemming werd verspreid en ongeverifiereerde informatie bevatte. Maar, deze handelingen waren al verjaard! Het mocht alleen nog gaan over de laatste zitting in Groningen van 22-10-2022 en de gebeurtenissen daarna.
Op dinsdag 6 februari 2024 was er naar aanleiding van mijn klaagschrift een zitting de rechtbank van Zwolle. Elisa S. was beledigd over de klachten en zat nors in de zaal. Ze gaf aan niet de moeite te hebben genomen mijn klaagschrift te lezen. Op vragen over mijn App berichtenverkeer met mijn jongste zoon gaf zij wel antwoord en zei ze het berichtenverkeer te hebben gelezen. Daar was niets op aan te merken, vond ze. Dat zij voor de rechter in Groningen gezegd zou hebben dat ik mijn zoon met teveel App berichten zou hebben lastiggevallen ontkende ze verder. Dan nog belangrijkste deel vande brief met de uitspraak:
(overigens biedt de RvdK de mogelijkheid in beroep te gaan bij de Nationale Ombudsman)
[wordt vervolgd]
Naar Afsluiting | Overzicht bronnen en uitgaven Naar MENU ^